De Weg naar Kona - 2
De afgelopen weken zijn getekend door dé factor die we nooit kunnen beïnvloeden: het weer. Tenzij je in een grot leeft (I wish op dit moment), heb je deze weken last gehad van de hitte. En dat beïnvloedt alles. Ironman Nice is afgezegd, verschillende hardloopwedstrijden in Nederland idem, Ironman Frankfurt is ingekort en de strijders van Ironman West Friesland hebben geploeterd in 27 graden Celsius.
Nou is er natuurlijk de afgelopen maanden veel te doen geweest over sporten en hitte, en om goede reden. We hebben een aantal doden zien vallen tijdens en na hardloopwedstrijden, wat ongelofelijk treurig is.
De hitte legt voor sporters een grote zwakte bloot, maar daarmee ook een grote kans. We moeten het accepteren. Matig je tempo. Verkort workouts. Dat is niet per se makkelijk. Triatleten zijn, waarvan ikzelf net zo schuldig, chronische over-achievers. We willen lekker hard. Snel. Lang. Voelen dat we hard hebben gewerkt.
Maar het feit is dat we al harder werken vanwege de hitte.
Zo heb ik in overleg met mijn coach afgelopen week mijn tempo workout gehalveerd en op lager intensieve intervallen afgemaakt. Mijn lange duurloop op zondag werd een gemiddelde duurloop. En alles net een beetje vroeger in de ochtend dan normaal.
Genoeg over die hitte. Want deze weken stonden ook in het teken van een New Bike Day. De glorieuze Canyon Speedmax kwam eindelijk binnen, en wat een apparaat is dat zeg. Voor iedereen die sceptisch is waarom je in vredesnaam zo’n dure fiets zou aanschaffen: hij snijdt door wind als een heet mes door de boter.
Het voelde weer alsof ik 7 was, nieuwe schoenen had gekregen, en ervan overtuigd was dat deze nog veel sneller waren dan de vorige. Dus sprintte ik het schoolplein op en af. Helemaal ‘t mannetje.
Dan zijn dit de laatste weken dat training voor mij vanzelfsprekend is. Want over ongeveer twee weken ben ik vader van een jochie. Daar ben ik ongelofelijk enthousiast voor, maar het gaat natuurlijk een enorme verandering met zich meebrengen.
De eerste weken zullen sporadisch zijn. De weken erna hangen af van hoe hij zich voelt. Hoe moeder zich voelt. Hoe ik mij voel. Of iemand in huis überhaupt slaap. En allemaal andere dingen waar ik geen zeggenschap meer over heb. Nog een keer die controle loslaten.
Bijna alsof de sport waar je zoveel controle wilt hebben je leert dat je dat juist moet loslaten. Iemand anders?
Over loslaten gesproken. De hoeveelheid statistieken die wij triatleten tegenwoordig hebben zijn veelvuldig. Rusthartslag. Sleep score. Body Battery. HRV. Stress. Ga nog maar even door. Van al die statistieken merk ik dat ze verbeteren wanneer ik ze zoveel mogelijk loslaat.
Ik zou niet willen pleiten tegen de statistieken, want ze hebben training vele malen makkelijker gemaakt voor de amateur. Ik zou ook niet zomaar iemand coachen die geen fatsoenlijke hartslagmeter heeft. Maar de statistieken zijn ook iets waar je mee moet leren leven, dat is een vaardigheid. Iets waar ik ook beter in ben geworden over de jaren heen. Nu ik ze beter kan loslaten informeren ze mijn keuzes in plaats van dat ze mijn stemming dicteren.
Blijkbaar hebben we deze weken iets met acceptatie. Daarom wil ik afsluiten met een quote van Seneca, van wie ik het boek Gelukkig Leven nu aan het lezen ben.
[H]et begint ermee — en dat is de allerergste slavernij — dat ze geluk nodig heeft; het gevolg is een benauwd leven, vol achterdocht en panisch, bevreesd voor wat het toeval brengt en elk moment angstig gespannen.
Hierbij bedenk ik mij dat het woordje geluk vervangen kan worden voor: de ideale omstandigheden om te trainen. Soms vallen we in een valstrik waarbij elke dag perfect moet zijn om een zo goed mogelijk resultaat te halen in training. En moet de rest van de dag perfect verlopen, zodat we de volgende dag niet slecht presteren.
Het is zelden ideaal. Wat ertoe doet is dat we het volhouden. Elke dag een beetje beter, maar soms niet.