Hoe een reiger me leerde hardlopen
Het is zondagochtend. Een heerlijke frisse lentezon schijnt op mijn gezicht. Perfecte dag voor mijn lange duurloop. Maar ik kom er niet helemaal in. In de context van mediteren is mijn monkeybrain lekker bezig. Klusjes, to-dolijstjes, gemopper over mijn tempo en het eindeloze vergelijken met vorige workouts.
In mijn ervaring: er is maar weinig wat zoveel lol haalt uit je training als vergelijken en ongeduld.
En dan kom ik deze reiger tegen. Pontificaal op een lantaarnpaal, genietend van de zon (doen reigers dat?). En hij herinnert me aan hoe consistent trainen moet voelen.
Natuurlijk is de makkelijkere metafoor de schildpad en de haas, maar dat brengt meteen een oordeel mee. Je bent snel, of je bent langzaam. En als je vastloopt in je gedachtes, zoals ik die dag, zorgt méér oordelen niet voor een oplossing.
Een reiger daarentegen lijkt eindeloos stil te staan. Op één plek. Wetende dat er een prooi voorbij kan zwemmen of springen. Alleen op het juiste moment slaat hij toe.
In het boek The Norwegian Method van Brad Culp las ik over Jakob Ingebrigtsen’s trainingsintensiteit. Namelijk dat hij zijn echte wedstrijdtempo zelden tot nooit in training doet. Hij weet dat hij x tempo kan rennen in de wedstrijd. Zo hard, of harder zou zijn herstel alleen maar moeilijker maken.
Als amateuratleten worden we gek gemaakt. Door Strava, Instagram, onze favoriete profatleet. En als zij het niet doen, doen we het onszelf wel aan. En dan trainen we te hard of te vaak. Waarom? We willen elke training toeslaan. We zijn onzeker over of we die pace wel vol kunnen houden in een wedstrijd, dus we proberen het onszelf keer op keer te bewijzen.
Dat lijkt op een reiger die als een soort machinegeweer in een riviertje staat te rammen.
Het feit is dat veel van hardlopen (of wielrennen of triatlon) best wel saai is. En geduld vereist. Zeker niet zo sexy als media ons kan laten geloven.
Dag in dag uit. Dezelfde workouts week na week. Lange sessies in het weekend waarbij niet elke keer merkbaar is dat je progressie maakt.
En soms is het er ineens: vooruitgang. Snelheid. Als wind in de rug.
Maar saaiheid en geduld zijn moeilijk om aan over te geven. Zeker als het lijkt alsof iedereen al tien stappen verder is. Zeker als je overtuigd bent dat je nu toch echt moet opschieten om ooit nog een sub-3 marathon te halen. Zeker als onzekerheid je voedt om elke sessie het bewijs te leveren waar je naar snakt.
En zeker als je in een maatschappij leeft als de onze.
Dus probeer eens de reiger te zijn in je workout, je trainingsweek, of je seizoen. Weet dat het geduldig afmaken van je sessies loont. Weet dat je het werk nu doet en hebt gedaan wanneer je aan de startlijn staat. Weet dat je soms ook gewoon pech kunt hebben. Maar probeer niet elke training de vette vis te vangen.